Een handelspand of kantoor op het gelijkvloers. Wat met de bijdrage in de kosten van de lift, trap..

Een handelspand of kantoor op het gelijkvloers staat los van de rest van het gebouw en maakt geen gebruik van de lift, de trap en de hal. Moet het dan al dan niet bijdragen in de kosten van die delen? Wat zegt de rechtspraak hierover?


Afgesloten van de rest Niet mee te betalen? Een op het gelijkvloers gelegen kavel van een appartementsgebouw maakt geen gebruik van de lift, de inkom, de trap, enz. De betrokken mede-eigenaar weigert dan mogelijk om nog verder mee te betalen voor de kosten van bv. het reinigen en verlichten van de trap, het schilderen, het onderhoud van de lift, enz.

Moet die dan niet meer meebetalen?

Omdat de lift, de inkom en de trap gemeenschappelijke delen van het gebouw zijn, worden de kosten daarvan in principe verdeeld onder alle mede-eigenaars naar verhouding van hun aandeel in de gemeenschappelijke delen, daar die mede-eigenaars het recht hebben om van die delen gebruik te maken.

Geen enkel nut?

In de realiteit kan het voorkomen dat bepaalde mede-eigenaars geen enkel nut hebben bij specifieke gemeenschappelijke delen van het gebouw, zoals de lift, de inkom en de trap. Het gaat dan om de eigenaars van een op het gelijkvloers gelegen appartement, handelszaak of kantoor. Dan stelt zich de vraag of die mede-eigenaar nog moet bijdragen in de kosten van deze delen.

Een handelspand op het gelijkvloers? Dan ook een vrijstelling? Daarover is er nogal eens discussie. Veel mede-eigenaars van handelspanden proberen aanspraak te maken op een vrijstelling. Of dat al dan niet aanvaard kan worden, hangt af van de precieze omstandigheden, zo blijkt uit de rechtspraak.

Echt volledig afgesloten?

Het criterium om te beoordelen of een gelijkvloers gelegen handelspand een bijdrage moet betalen voor de lift, de inkom en de trap, is het feit of het pand bouwtechnisch echt volledig afgesloten is.

Ook geen brievenbus meer?

Het is dan ook van belang om na te gaan of de handelszaak al dan niet een brievenbus heeft in de entree naar het gebouw. Pas indien ook dat veranderd was, oordeelde de rechter (vred. Genk, 04.10.2011) dat een horecazaak inderdaad niet moest tussenkomen in de kosten van de lift, de inkom en de trap.

Ook de tellers van nutsvoorzieningen. Ook dat is een voorwaarde, zo bleek uit een recente uitspraak. Hier was er een mede-eigenaar met een handelszaak die niet meer wilde meebetalen voor de kosten van het onderhoud en het elektriciteitsgebruik van de trappenhallen en de liften. Hij maakte daar immers geen gebruik van. De elektriciteitskasten bevonden zich in de winkelruimte en dus ook niet in de gemeenschappelijke delen. Ook de watertellers waren naar de handelszaak verplaatst. Maar niet de teller van de verwarming. Er was in het gebouw echter een centrale verwarming waarop ook de handelszaak aangesloten was. De ketel en de tellers stonden in de gemeenschappelijke delen. Om de verwarming van de winkels te kunnen ontkoppelen, moest het volledige leidingsysteem in de kelder aangepast worden en dat was niet gebeurd. Ook al kunnen de tellers via telecommunicatie gecontroleerd worden, de handelszaak moet toch een toegang blijven behouden tot de verwarmingskelder en moet dus gebruikmaken van de lift. Daarom moet ze toch blijven bijdragen (vred. Genk, 25.04.2017) .

(Bron, vastgoed en meer)

Handelsbenaming: Mayfield Expertise


Vennootschap: E.P.E. & Partners bvba

BE 0879.152.669

Zaakvoerder: Tom Ceelen MRICS

Luikersteenweg 60
3500 HASSELT (hoofdzetel)
T 011 71 94 60

Koloniënstraat 11
1000 BRUSSEL
T 0800 23 022

Beroepsverenigingen:

RICS (Royal Institution of Chartered Surveyors)


KAVEX (Kamer van Vastgoedexperten)